Posted by Garry

Based on a Donalds Robyn story

 

Ruby keek misnoegd naar haar blauwe jurkje. Het zag er niet meer helemaal fris uit na de vorige avond, maar het was alles wat ze had. Gio had haar op de een of andere manier weten over te halen, ondanks haar instinctieve neiging om zich te verstoppen als een gewond dier. Dat kwam ook doordat ze zich realiseerde dat ze beter in zijn overdonderende gezelschap kon verkeren dan in haar eentje op haar hotelkamer te blijven hangen en zich af te vragen waarom allebei haar serieuze relaties ermee geëindigd waren dat de man van wie ze hield – of dacht te houden – haar verliet. Ze verzette zich tegen de aanvechting om haar kleren uit te trekken en in bed te kruipen. Het hielp toch niet. Ze wist hoe doortastend Gio was. Hij zou haar hoe dan ook haar kamer uit krijgen. En zelfmedelijden was voor kneuzen. Maar ze werd al misselijk bij het idee van eten.

Toen ze de lift uit kwam en Gio zag, met zijn dominante uitstraling, forceerde ze een glimlach. Hij lachte niet terug. Met opgeheven hoofd keek ze hem recht in de ogen en ze voelde hoe het ritme van haar hartslag plotseling veranderde. Een licht gevoel van opwinding maakte zich van haar meester. ‘Ik heb maar één outfit bij me om uit eten te gaan,’ zei ze. Hallo, was dat haar stem, zo hees en aarzelend? Kom op nou, sprak ze zichzelf toe.

‘Nou en? Je ziet er hartstikke goed uit,’ zei hij kalm. Terwijl hij haar arm nam, vervolgde hij: ‘Je reist zeker met alleen handbagage?’

Een rilling trok van de plek waar hij haar aanraakte helemaal door naar haar ruggengraat en verspreidde zich vervolgens door haar hele lijf. Ze onderdrukte een huivering, en slechts met een uiterste krachtsinspanning wist ze zichzelf voldoende onder controle te krijgen om op nonchalante toon, als oude vrienden onder elkaar, te zeggen: ‘Helaas niet. Ik was van plan een week te blijven. Ik heb geen huis in elke hoofdstad, met een kast kleren die speciaal voor mij gemaakt zijn.’

‘Ik ook niet,’ zei hij kortaf.

‘Maar wel zo ongeveer.’

‘Ik heb twee onderkomens.’

‘En welke daarvan noem je je thuis?’

Even dacht ze dat hij daar geen antwoord op zou geven, maar toen zei hij: ‘Mijn huis in St Thomas.’ Vreemd genoeg raakte dat haar. Gio hielp haar in de auto en toen hij naast haar zat, vroeg hij: ‘Heb je verder wel een goede dag gehad, afgezien van het nieuws van je vriendin?’

‘Over het algemeen wel, dank je.’ Ze wist hem aan het lachen te maken met een verslag over een voorval in een park tussen een welgestelde oudere dame en een klein kind en langzaam ontspande ze. Ze dacht zelfs overmoedig: ik kan dit. Ik kan mezelf lang genoeg op de been houden om deze avond door te komen. Als ze eenmaal in het vliegtuig zat, kon ze instorten. Er zou dan niemand zijn die haar kende, dus niemand die het iets zou kunnen schelen als ze de hele reis zwaarmoedig zweeg. Maar eerst moest ze nog een ander ticket zien te regelen.

Gio zei: ‘Terwijl je je aan het verkleden was, heb ik mijn personal assistant gebeld. Het is waarschijnlijk wel mogelijk je op een eerdere vlucht naar Paramaribo te krijgen. Ze belt me tijdens het eten terug.’

‘Gio, dat is heel aardig van je, maar dat had je niet hoeven te doen.’ Ze wierp een blik op zijn strakke gezicht en toen hij zijn wimpers neersloeg, kon ze een huivering nauwelijks onderdrukken. ‘Die arme assistent, ze zal je wel vervloeken.’

‘Nee hoor. Ze wordt goed betaald, en ze is elke cent dubbel en dwars waard. Ze is het gewend om altijd beschikbaar te zijn.’

Ruby stelde zich een magere efficiënte vrouw van middelbare leeftijd voor, die in stilte hopeloos verliefd was op haar werkgever. ‘Ook ’s avonds?’ vroeg ze sceptisch. ‘Ze heeft vast geen gezin.’

‘O jawel, ze heeft zelfs twee kleine kinderen.’ Gio vervolgde losjes: ‘Haar man is huisman.’

Ruby verwerkte dit even in stilte. ‘Heel modern.’

‘Zij zijn er gelukkig mee. Ik denk dat je hen heel aardig zou vinden. Het is een interessant stel.’

Na een afwezig knikje zei Ruby toen: ‘Heeft ze mijn ticketnummer niet nodig? Voor alle zekerheid geef ik je het ticketnummer en overige gegevens. Nummer 1926573391029, boekingscode: 7684 XG, Businessclass, vlucht PY0994, Suriname Airways.

De auto was inmiddels tot stilstand gekomen voor een schattig klassiek huis in een rustige straat.

Maar nu bleek het een sportauto van het merk Alfa Romeo te zijn. Echt een type auto dat bij de statuur van Gio past. Jong, energiek, veel zelfvertrouwen, een beetje macho-achtig. Ze keek goedkeurend door het autoraampje. ‘Als iemand het me gevraagd had, zou ik gezegd hebben dat je voorkeur uitgaat naar een supermodern penthouse.’

‘Ik vind dit mooier.’

‘Ja, wie niet?’ Ze glimlachte ironisch. ‘Het past eigenlijk wel bij je. Heel bedachtzaam, heel beheerst.’ En prachtig.      ‘Ik zie je al voor me als een achttiende-eeuwse jonkheer, met een strijdwagen voor de deur, getrokken door vier paarden.’

‘Ik zou het even moeten nakijken, maar volgens mij hadden strijdwagens maar twee paarden,’ zei hij.

‘Natuurlijk moet jij dat soort dingen weer weten,’ zei ze half lachend.

Hij keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Hoe bedoel je?’

‘Toen we je nog maar pas kenden, vonden Jocelyn en ik dat je alles wist wat belangrijk was in de wereld.’ Er kwam een spottend trekje om zijn prachtige mond.

‘Dat krijg je met een leeftijdsverschil van zes jaar. Jullie waren vast vreselijk ontgoocheld toen je een beetje ouder was.’

Hij zweeg, en even dacht ze iets van spijt in zijn ogen te lezen. Dacht hij aan de rol die hij had gespeeld in haar ontgoocheling? Waarschijnlijk niet. Ze draaide haar hoofd af, zodat hij haar niet kon zien, en keek door het raampje naar buiten. Op haar negentiende was ze al wereldwijs genoeg geweest om te weten dat wat er tussen hen was geen stand kon houden. Dat had haar echter niet behoed voor een gebroken hart. Hoewel Gio haar nooit iets beloofd had. Toen ze haar stem weer vertrouwde, zei ze: ‘We raken allemaal wel eens ontgoocheld.’

‘Ruby…’ Hij maakte zijn zin niet af. Ruby had er op dat moment alles voor gegeven om ergens anders te zijn. Ze had er geen enkele behoefte aan dat hij zich zou verontschuldigen voor zijn gedrag van vijf jaar geleden.

Ze keek met onverbloemde interesse om zich heen en zei: ‘Gio, dit is echt mooi!’

‘Ik ben blij dat het je bevalt.’

De smaakvolle zitkamer was gemeubileerd in een beheerste elegante stijl die de koele autoriteit van haar gastheer weerspiegelde. Antiek en modern waren op harmonieuze wijze met elkaar gecombineerd. ‘De persoon die dit gedaan heeft, kende je goed,’ zei ze zonder erbij na te denken.

Hij negeerde haar opmerking. ‘Ik denk dat je wel een borrel kunt gebruiken. Nog steeds rum-cola?’

‘Ja, graag.’ Het was jaren geleden dat ze hem verteld had hoe dol ze op de gemixte drankjes was, en ze voelde zich vreemd genoeg gestreeld dat hij het nog wist. Ze nam een slok van de witte, Black Cat  en keek hem toen aan. Opnieuw werd ze verrast door het versnellen van haar hartslag. ‘Je kunt de rijst en suikerriet wel uit Suriname halen…’ plaagde ze

Hij glimlachte zuinigjes. ‘Ik hou ook van andere drank soorten, maar deze leek me wel geschikt voor vanavond. Op jouw geluk. Waarom draag je je verlovingsring niet meer?’

Geschrokken keek Ruby naar haar kale vinger. Stanley heeft het niet al te lang volgehouden, dacht ze ineens woedend. Haar huid was op de plaats waar de ring gezeten had nauwelijks witter dan de rest van haar hand. De ring lag nog in haar hotelkamer. Ze had naar de verzendkosten geïnformeerd, maar zich gerealiseerd dat ze de verzekeringskosten niet kon betalen. Met een uiterste krachtsinspanning keek ze Gio in zijn groene ogen. Ze ging niet tegen hem liegen. Ze rechtte haar schouders en zei: ‘Op de weg terug naar mijn hotel kreeg ik een e-mail van mijn verloofde om me te laten weten dat hij iemand anders gevonden had’

Gio zette zijn glas met een klap neer op het dichtstbijzijnde tafeltje. Hij beende op haar af, een woedende blik in zijn ogen. ‘Een e-mail?’ vroeg hij ongelovig. Ze klampte zich aan haar glas vast en knikte. Gio opende zijn mond en sloot hem weer. Ze was blij dat ze niet hoefde aan te horen wat hij te zeggen had.

Toen pakte hij haar glas van haar af en zette het neer. Daarna trok hij haar tegen zich aan. Ruby slaakte een diepe zucht. Haar voorhoofd rustte tegen een van zijn machtige gespierde schouders en hij streelde haar troostend over haar rug. Ruby haalde nog een paar keer hortend adem. Het was een opluchting om zich te kunnen overgeven aan de geborgenheid van zijn sterke armen. Zijn stem klonk kil en hard toen hij zei: ‘Huil maar als je wilt.’

 

‘Dat wil ik niet,’ zei ze, verwoed haar tranen weg knipperend. Als ze al wilde huilen, dan kwam dat doordat Gio zo aardig voor haar was. Als een broer natuurlijk, hield ze zichzelf streng voor. Dat was wel oké.

Op dezelfde toon vervolgde hij: ‘Het is misschien nog een beetje te vroeg om dit te horen, maar iemand die een verloving afbreekt met een e-mail heb je echt niet nodig in je leven.’ Toen ze niets zei, voegde hij daaraan toe: ‘Nooit.’

Ze knikte. ‘Ik weet het,’ mompelde ze. ‘Het gaat wel. Ik ga niet instorten.’

‘Dat had ik ook niet van je verwacht.’

Iets in haar smolt. De warmte van zijn omarming en zijn steun – volkomen vrij van enige sensualiteit – gaven haar kracht. Haar spieren ontspanden zich en haar ademhaling werd gelijkmatiger. Heel langzaam, ze wist zelf niet precies hoe, kwam de golf van ellende die ze had gevoeld tot rust. Maar ze maakte zich niet los uit zijn greep en Gio liet haar niet gaan.

In eerste instantie had ze niet door dat ze begon te reageren op het kalmerende strelen van zijn hand over haar rug. Haar lichaam reageerde daarop met geheime, onvermoede signalen die uitgroeiden tot een onverbloemd genot waar ze duizelig van werd. Verlangen en angst streden om de voorrang en plotseling trok ze zich geschrokken terug. Gio liet haar onmiddellijk los en deed een stap achteruit. Hij bestudeerde haar aandachtig, maar zijn blik verried niets. Ruby bloosde van schaamte. Snel zei ze: ‘Dank je.’ Ze wist er ook nog een glimlach uit te persen. ‘Je had zussen moeten hebben. Je zou een fantastische broer zijn.’

Hij trok zijn wenkbrauwen op en keek haar licht spottend aan. ‘Als je weer eens behoefte hebt aan een broederlijke schouder, hoor ik het wel,’ zei hij op een toon waarvan ze nog meer moest blozen.

‘Ik hoop dat dat nooit meer zal voorkomen.’ Haar stem was bijna een octaaf te hoog. Ze durfde hem niet meer aan te kijken en pakte met trillende hand haar glas weer op. Ze nam een minuscuul klein slokje en zette het glas toen snel weer neer, voordat hij zou zien hoe heftig ze trilde.

Maar hij keek op zijn horloge. Ineens, alsof hij haar geroepen had, kwam er een vrouw binnen met een blad met hapjes. Gio stelde haar voor als zijn huishoudster. Toen ze weg was, commandeerde hij: ‘Eet wat. Je ziet lijkbleek.’

Hij had kennelijk niet dat duizelig makende, sensuele contact gevoeld. Waarschijnlijk had hij niet eens gemerkt wat het haar deed om hem zo tegen zich aan te voelen. Maar goed ook. ‘Was het je nog niet opgevallen dat ik altijd bleek ben?’ vroeg ze luchtig. ‘Hoewel ik het natuurlijk liever lelieblank en onschuldig noem.’

Hij glimlachte vaag en ze zag dat hij haar doorhad. ‘Onschuldig? Ik dacht het niet, met die duivels zwarte krullen en die brutale mond. Ik moet je even alleen laten. Ik ben binnen vijf minuten terug. Als ik terugkom, wil ik dat je een paar van die hapjes gegeten hebt.’

Ruby had geen honger, maar de kleine hapjes zagen er heerlijk uit, en ze roken goddelijk. Bijna zonder na te denken pakte ze er een en proefde ervan. Ze probeerde haar gedachten en emoties weer op een rijtje te krijgen. Ze was over Brandon heen. Al jaren. Ze wilde niet eens meer weten waarom hij zo teder en wild met haar gevreeën had en haar vervolgens verlaten had met slechts de korte en boze mededeling dat hij het hoofd verloren had en dat hij daar spijt van had. Brandon had haar niet alleen getoond hoe hartstochtelijk ze kon zijn, maar hij had haar ook zo erg gekwetst, beschadigd zelfs, dat ze dat pas veel later echt doorhad. Ze had er al haar wilskracht voor nodig gehad, maar uiteindelijk was het haar gelukt om hem achter zich te laten en haar leven weer op te pakken. Ze was iemand tegengekomen die veilig was, iemand van wie ze wist dat hij haar nooit pijn zou doen.

Ze schrok. Had ze Brandon inderdaad om die reden gekozen? Was haar liefde voor hem vals geweest, en slechts ingegeven door de wens om de herinneringen te vergeten aan die duistere tovenaar die had laten voelen wat passie en genot waren, om haar vervolgens achter te laten in een wereld waarin daarvoor geen plaats was? Misschien had Stanley het wel gevoeld, dat ze haar keuze op hem had laten vallen om over de pijn van Gio ’s afwijzing heen te komen. Over welke vreemde macht beschikte Gio, dat hij alleen al door haar vast te houden, op een volkomen seksloze manier, een lang onderdrukt verlangen in haar kon losmaken? Oké, de dag had een paar akelige verrassingen voor haar in petto gehad. Een schok en een teleurstelling. Daardoor was ze van slag. Toen was Gio gekomen. En omdat hij Gio was, had hij de boel overgenomen en… En wat eigenlijk? Hij was alleen maar aardig voor haar geweest. En hij had er geen enkele onduidelijkheid over laten bestaan dat hij dat deed uit plichtsbesef tegenover het echtpaar dat hem vroeger geholpen had.

Ze keek op toen ze de deur zachtjes open hoorde gaan. Gio kwam binnen met een diepe frons in zijn voorhoofd. ‘Wat is er?’ vroeg ze.

Hij ontspande. ‘Dat kan ik ook wel aan jou vragen, geloof ik. Je ziet eruit of je in shock bent.’

‘Met mij gaat het prima,’ zei ze automatisch.

‘Met mij ook.’ Hij keek haar even aandachtig aan en zei toen licht ironisch: ‘Oké dan, ik heb net met mijn personal assistant gesproken. Ik moet mijn plannen wijzigen. Maar dat is allemaal niet erg.’

Zonder enige aanleiding zei ze: ‘Toen ik nog klein was, was ik jaloers op je.’

Hij keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Ik weet het. Als je vader en ik samen iets gingen doen, wilde je altijd met ons mee.’

‘Ik was vast vreselijk lastig.’

‘Niet echt,’ zei hij droogjes. ‘Je wist gewoon wat je wilde. Ik was wel gewend aan je boze blikken en je gepruil.’

‘Ik pruilde nooit!’

‘Jawel hoor, en je was heel schattig als je dat deed. Ik nam het je ook niet kwalijk.’

‘Goh, dat is heel ruimhartig van je,’ zei ze sarcastisch. Toen vroeg ze, omdat ze dat altijd al had willen weten: ‘Waarom heeft mijn vader je eigenlijk onder zijn hoede genomen?’

‘Nadat mijn vader overleden was, werd ik heel lastig. Mijn moeder nam in haar wanhoop contact op met een stichting die jongens hielp die geen vader meer hadden. Jouw vader had zich daar aangemeld als vrijwilliger. Het klikte tussen ons.’ Hij zweeg even en zei toen fel: ‘Ik ben hem enorm veel verschuldigd. Toen ik besloot om voor mezelf te beginnen in de ICT, kon hij me financieel niets bieden, maar hij heeft me aan mensen voorgesteld die dat wel konden en hij heeft me zowel intellectueel als moreel gesteund.’

Ze was geraakt door zijn woorden en zei: ‘Jij was voor hem ook belangrijk, weet je. Jij was de zoon die hij nooit gehad had.’

‘Ik hoop het,’ zei hij op een toon die duidelijk maakte dat het onderwerp wat hem betreft afgesloten was. ‘We kunnen gaan eten als je wilt.’

Ruby had eigenlijk genoeg aan de twee borrelhapjes, maar ze voelde het effect van de rum. De schok van Stanleys afwijzing werd enigszins verzacht door een lichtheid in haar hoofd. Ze dwong zichzelf te eten, maar halverwege het hoofdgerecht stokten haar woorden plotseling en begon ze te rillen.

‘Je hebt waarschijnlijk nog steeds last van een jetlag, en je bent in shock,’ zei Gio terwijl hij plotseling opstond. ‘Je kunt beter hier blijven slapen.’

‘Nee, ik –’

‘Je hebt rust nodig,’ onderbrak hij haar. ‘En je kunt in jouw toestand beter niet alleen zijn. Ik laat een bed voor je opmaken en dan kunnen we morgenochtend verder bespreken wat je gaat doen.’

‘N-nee Gio, dat hoeft niet,’ zei ze zwakjes. ‘Ik heb waarschijnlijk gewoon een beetje te veel gedronken.’

‘Ik denk niet dat dit komt door een half glas rum-cola,’ zei hij. ‘Ruby, verzet je er niet tegen. Je hebt een rotdag gehad. Je moet slapen, maar je gaat niet terug naar dat hotel. Ik wil zeker weten dat het goed gaat met je.’

Het was verleidelijk om toe te geven en Gio voor zich te laten zorgen, maar ze raapte al haar kracht bij elkaar en zei nog eens: ‘Nee.’

‘Dan moet ik contact met je ouders opnemen en hun vertellen dat het niet goed met je gaat,’ zei hij.

Ruby verstijfde. Even won haar ongeloof het van haar vermoeidheid. ‘W-Waag het n-niet,’ stotterde ze. ‘Ze kijken hier al jaren naar uit. Dat zou je ze toch niet aandoen?

Ze was geraakt door zijn woorden en zei: ‘Jij was voor hem ook belangrijk, weet je. Jij was de zoon die hij nooit gehad had.’

‘Ik hoop het,’ zei hij op een toon die duidelijk maakte dat het onderwerp wat hem betreft afgesloten was. ‘We kunnen gaan eten als je wilt.’

Hij trok zijn wenkbrauwen op. ‘Natuurlijk wel,’ zei hij koeltjes. ‘Ze zouden niet anders van me verwachten.’

Ze probeerde zijn gezichtsuitdrukking te lezen, maar er was geen enkele zachtheid of toegeeflijkheid in te bekennen, en de moed zakte haar in de schoenen. Ze deed een poging om te lachen, maar het kwam er meer uit als een snik. ‘Je zou dus over me klikken,’ zei ze, bewust een term uit haar kindertijd gebruikend om hem duidelijk te maken wat ze van zijn dreigement vond.

‘Als je het zo wilt noemen, ja.’ Gio wachtte even, en toen ze niets zei, vervolgde hij: ‘Nou?’

Plotseling gaf ze zich gewonnen. ‘Wat jij wilt,’ zei ze vermoeid.

‘Wacht hier even, dan regel ik een bed voor je,’ commandeerde hij. ‘En eet nog wat.’

Maar het eten smaakte naar karton. Toen Gio terugkwam zei ze snibbig: ‘Ik haat het om me zo te voelen.’

Hij keek haar geamuseerd aan. ‘Dat geloof ik graag. Maar het gaat voorbij. Je hebt te veel energie en veerkracht om al te lang bij de pakken neer te blijven zitten. Een goede nachtrust doet wonderen.’

Hij heeft waarschijnlijk gelijk, zoals altijd, dacht ze, toen ze dodelijk vermoeid in het bed stapte in een van de logeerkamers. Maar ze had op dat moment de energie niet meer om de gedachte te relativeren dat ze een puinhoop van haar leven had gemaakt.

Toen haar telefoon piepte om te melden dat er een bericht was, negeerde ze deze eerst. Maar de telefoon bleef maar piepen, en uiteindelijk deed ze het licht aan en pakte hem op. Het was een bericht van haar zus. Vol ongeloof las ze de e-mail, waarin Jocelyn haar verward om vergeving vroeg voor… Wát? Verbijsterd staarde ze naar het schermpje. Jocelyn en Stanley? Jocelyn had geprobeerd haar via de hoteltelefoon te bereiken, maar daar was niet opgenomen. Ruby las de wanhoop van haar zus in de woorden waarmee deze zich verontschuldigde. Ze hield van Stanley. Ze had zo haar best gedaan om zich ertegen te verzetten. Ze zou weggaan, hem nooit meer zien. Ruby zei hardop: ‘Ik kan niet…’ Maar ze maakte haar zin niet af. Ze liet zich achterover in de kussens zakken. De gedachten buitelden over elkaar heen. Na een poosje haalde ze diep adem en ging rechtop zitten. Ze was er zó aan gewend om voor haar emotionele zus te zorgen dat ze Jocelyn nu niet in de steek kon laten.

Het duurde een halfuur voordat ze haar zus enigszins gerust had weten te stellen, en voordat ze ophing slaagde ze er zelfs nog in om te zeggen dat ze de nacht in Gio’s prachtige huis doorbracht. Toen lag ze een hele tijd onbeweeglijk stil in het enorme bed, totdat ze eindelijk in een diepe slaap viel. Ze droomde. Flarden waarin ze iemand zocht, terwijl ze strompelde door een jungle vol takken die haar vijandig gezind leken te zijn. Ze had de hele tijd het gevoel dat ze moest blijven rennen, omdat ze anders door iets gevaarlijks zou worden meegesleept en de persoon die ze zocht nooit meer zou terugzien.

‘Ruby, word wakker!’ De droom spatte in duizenden stukjes uiteen. Ze voelde een harde hand op haar schouder die haar door elkaar schudde tot ze helemaal wakker was. Toen ze haar ogen open deed, zag ze Gio’s  gezicht, vlak bij het hare. Haar hart bonkte in haar keel. ‘Het is oké,’ zei hij iets zachter. ‘Het was maar een droom. Het is al voorbij.’

Ze huiverde, en tot haar grote schrik kon ze haar tranen niet inhouden. Binnensmonds vloekend ging Gio op het bed zitten en sloeg zijn armen om haar heen. Hij hield haar weer net zo vast als de eerste keer. Tegen haar tranen vechtend, gaf ze zich over aan de kracht van zijn lijf en de veiligheid van zijn hartslag. Heel langzaam drong het tot haar door dat de mannelijke huid, die nat was van haar tranen, naakt was. En zij ook. Hun bovenlijven waren tegen elkaar aangedrukt, en ze voelde het bonzen van zijn hart, dat bijna net zo onregelmatig was als het hare.

Lang onderdrukte herinneringen aan de nacht die ze samen hadden doorgebracht, de nacht waarin Gio haar ontmaagd had, kwamen weer boven. Tot aan dat moment had ze niet geweten dat verlangen zich kon transformeren tot een oerkracht, wild maar teder, sensueel en zacht, en kon veranderen in een wervelwind van ongetemde sensualiteit waarin slechts plaats was voor de allesoverheersende wens om één te worden met Gio. Ja, en weet je nog wat er daarna gebeurde? Ze was doodsbang en ze wist dat ze zich uit zijn armen moest losmaken. Uit alle macht probeerde ze houvast te vinden in die bittere herinneringen, maar haar lichaam liet haar in de steek en wilde zich overgeven aan het gezamenlijke kloppen van hun harten

‘Ik weet wel dat ik je gezegd heb dat je vooral moest huilen,’ zei hij beheerst, en ze voelde zijn stem vibreren in zijn borstkas, ‘maar ik had kunnen weten dat je dat net zo fanatiek zou doen als alles wat je verder doet.’

Ruby haalde hortend adem. Ze was te dicht bij hem, en ze was zich te bewust van zijn verleidelijke geur, een mengeling van zeep en de sensuele geur die puur Gio was, puur verontrustende mannelijkheid. Een sensualiteit die ze zich lang ontzegd had, roerde zich diep vanbinnen en verspreidde zich zo snel door haar lijf dat ze het niet kon tegenhouden. Ze kon zich niet van hem losmaken. Nee, ze wilde het niet. Dit is Gio, zei ze tegen zichzelf, maar de woorden hadden geen kracht tegen de verslavende werking van zijn nabijheid. Gio, dacht ze koortsachtig, die je gedumpt en vernederd heeft.

Ze sloeg haar blik op en keek recht in zijn intense, groene ogen. Haar pupillen werden groot en ze nam zijn donkere arrogante gelaatstrekken in zich op. Ze werd overweldigd door een roekeloos gevoel van verlangen, vurig en fluweelachtig, en een sensuele hitte verspreidde zich door elke vezel van haar lichaam. Gio sloeg zijn ogen neer. Hij boog zijn hoofd naar haar toe en met een kracht alsof hij zichzelf niet kon beheersen, drukte hij zijn mond op de hare. Even verstijfde ze, maar haar rationele gedachten maakten geen enkele kans en ze gaf zich zonder verder verzet over aan zijn hartstocht.

Toen brak hij de kus af en zei hees: ‘Ik doe niet aan knuffelseks, Ruby. Als je dit wilt, moet je je goed realiseren wie het is die je kust, wie het is die je neemt. En dat het op geen enkele manier zacht en lief zal zijn.’

Het duurde een paar tellen voordat zijn woorden tot haar doorgedrongen waren. En meteen schaamde ze zich verschrikkelijk. De minachting die ze in zijn stem hoorde, was wel het laatste wat ze in zijn ogen wilde zien, en ze dwong zichzelf haar blik op te slaan. Ze keek in staalharde ogen, die niets verrieden. ‘Ik kan niet… Nee, dat wil ik niet,’ mompelde ze, en ze maakte zich los uit zijn armen. Toen realiseerde ze zich dat daarmee haar blote bovenlijf zichtbaar werd. Gio wendde zijn blik niet af. Niet op haar gemak greep ze naar het laken, maar daar zat hij op. Toen pas stond hij op en wendde hij zijn blik af. Ze was zo in de ban van haar heftige emoties dat ze geen zinnig woord kon uitbrengen. Hij droeg slechts een pyjamabroek, en haar mond werd droog toen ze zijn goedgebouwde gebruinde gestalte zag die zoveel kracht uitstraalde. Ruby slikte en zei met een klein stemmetje: ‘Het spijt me. Ik weet niet… wat me overkwam.’

Hij lachte spottend. ‘Dat heet nabijheid. Het overkomt iedereen wel eens. Het is ons ook wel eens eerder overkomen, weet je nog?’

Man, kón ze het maar vergeten. ‘Ja, ik weet het nog.’ Ze bloosde hevig, maar keek hem toch uitdagend recht in zijn ogen.

Voordat ze verder kon gaan, zei hij afgemeten: ‘Ik betreur het, echt, hoe ik me die avond heb gedragen. Ik wou dat ik er beter mee om was gegaan, zodat we vrienden hadden kunnen blijven.’

Nabijheid? Vrienden? Zijn totale gebrek aan emotie en zijn woordkeuze troffen haar als een koude douche. Ze zei beheerst: ‘Het maakt niet uit, Gio. Maak je geen zorgen. Dat is allemaal verleden tijd.’ Na een korte aarzeling vervolgde ze plotseling: ‘Ik heb een e-mail van Jocelyn gekregen. Zij is… Stanley en zij zijn verliefd op elkaar. Ze voelt zich vreselijk over die hele situatie.’

Hij keek haar scherp aan. ‘En nu wil jij zeker terugvliegen om voor haar te gaan zorgen?’

‘Ik wil zo snel mogelijk terug, ja,’ zei ze kortaf. ‘Het spijt me dat ik zo moest huilen. Ik heb sinds ik klein was geen nachtmerrie meer gehad.’ Voordat ze er goed over had nagedacht, voegde ze eraan toe, in een poging om luchtig over te komen: ‘Maak je geen zorgen, ik zeg niets tegen Gladys.’

‘Daar maak ik me geen zorgen over,’ zei hij, nog steeds afgemeten. ‘Dat is niet het soort relatie dat ik met haar heb.’

Tot haar ontzetting vroeg ze hem bijna daar nog wat meer over te vertellen, maar gelukkig hield ze die woorden nog net op tijd binnen. Niet dat ze een antwoord zou hebben gekregen. Hij had zich al afgewend. Ruby voelde hoe haar keel werd dichtgeknepen en hoe haar hart wild tekeerging. Zelfs van achteren gezien was hij indrukwekkend. Zijn gebruinde huid spande over brede schouders en smalle heupen en over zijn lange geprononceerde spierbundels. Op de een of andere manier bracht deze fysieke perfectie haar ertoe zijn naam te zeggen.

Hij bleef staan en keek haar over zijn schouder aan. ‘Wat is er?’

Ze zei schor: ‘Bedankt, dat je me… getroost hebt.’ Geïrriteerd voegde ze eraan toe: ‘Ik wou dat ik eens één zin kon afmaken zonder over mijn woorden te struikelen.’

‘Dat heb je dan bij deze gedaan,’ zei hij glimlachend. ‘Wat denk je, zou je weer kunnen slapen?

 

Wordt vervolgd………………………….

https://www.youtube.com/watch?v=0Vop5bs4alg

Ruby – Adam Wade

 

https://www.youtube.com/watch?v=w4NenkB44cI&ebc=ANyPxKorII_x5fGK6kgEsOIyLDDCQKu4ErIfnn-aO0ggkxOS3h5vAqf9Hj2fQZyx900ZFl554uAEYOLP0JWJuHRk6wQVE-Jz_A

 

Take good care of her – Adam Wade