Posted by Garry

Based on a Donalds Robyn story

Bewegingloos en ongelovig staarde Ruby naar het schermpje. Plotseling voelde ze zich verschrikkelijk alleen, en de tranen sprongen in haar ogen. Huiverend onderdrukte ze die. Om zichzelf te troosten, bedacht ze dat het maar beter was dat hij er nu achter kwam, en niet pas nadat ze getrouwd waren. Ondanks haar schok wist ze dat ze dit diep vanbinnen al lang had voelen aankomen. Al weken voor haar vertrek was Stanley  afstandelijk en gespannen geweest. Op haar vragen had hij steeds geruststellend geantwoord, maar dat klonk nu achteraf allemaal als een leugen. Ze werd door anderen  bazig genoemd. Ze had inderdaad geleerd om te vechten voor wat ze wilde. Het was niet makkelijk geweest op te groeien in de schaduw van een broer,  die als baby al mooi was, als tiener een prachtige jongen, en later als volwassen jongen zo oogverblindend knap dat hij het hart op hol deed slaan van elk vriendinnetje waarmee Ruby thuis kwam. Ruby onderdrukte een golf van misselijkheid. Ze wilde geen man die van een ander hield. Dat weigerde ze. Ze moest over deze vreselijke pijn heen komen. Maar eerst moest ze alleen zijn, een paar uur, zodat ze haar verdriet de vrije loop kon laten. Morgen ging ze naar westkust van het eiland om haar beste schoolvriendin te bezoeken. Dan wilde ze niet neerslachtig zijn. Ze stopte de telefoon terug in haar zak, en staarde verbeten uit het raam tot ze weer iets kon zien en horen.

Toen ze terug kwam in het hotel, vluchtte ze onmiddellijk haar kamer in. Ze inspecteerde de minibar, maar besloot toen dat drank wel het laatste was wat ze nu nodig had. Ze was niet iemand die het op had met alcohol. Ze maakte een kop thee en ging in de stoel zitten. Ze dwong zichzelf een slok te nemen. Maar ineens vloog ze op en deed met een ruk haar verlovingsring af. Nee, het was haar ring niet meer. Opnieuw onderdrukte ze de tranen. Toen stopte ze de ring met een gedecideerd gebaar in een zijvakje van haar handtas. Die ging morgen retour naar Stanley. Ze schrok toen de hoteltelefoon overging. Even staarde ze ernaar. Haar hart klopte in haar keel. Dat moest haar vriendin zijn. Neem op, Ruby.
Maar de stem aan de andere kant was die van Giovanni. ‘Zijn je ouders goed vertrokken?’ vroeg hij.
‘Ze hebben me een sms gestuurd van net voordat ze aan boord gingen.om de Caraibische cruise te maken ’ Haar eigen stem klonk haar vreemd in de oren. ‘Wat zijn je plannen voor vanavond?’ vroeg Giovanni.
‘Ik heb geen plannen,’ antwoordde ze aarzelend. ‘Dan kun je dus met mij gaan eten.’
Even wist ze niet wat ze moest zeggen. ‘Nee, dat kan niet,’ zei ze vervolgens. Ze moest een paar uur alleen zijn.   ‘Waarom niet?’ vroeg hij. Ze begon te stotteren, en gaf het toen op.

In de stilte die volgde zei Giovanni, op een toon die ze nogal intimiderend vond: ‘Alleen jij en ik, Ruby. Ik vind niet dat je alleen moet zijn in Willemstad..’Zeg dan: nee Giovanni, ik red me wel. Maar ze wist dat ze haar stem niet onder controle had. Ze slikte. Giovanni vroeg scherp: ‘Wat is er aan de hand?’
‘N-Niks.’ stamelend.  Opnieuw liet haar stem haar in de steek.  ‘Ruby, ik kom nu naar je toe.’

‘Nee!’ Maar hij had al opgehangen, en een moment later legde ze de hoorn neer. Waarom moet hij zo nodig de beschermer uithangen, dacht ze, terwijl ze in haar theekop staarde.

Giovanni is de zoon van de hoteleigenaar. Eigenlijk mocht ze hem niet zo. Hij leek een echte womanizer. Zo een die elke mooie vrouw moest hebben., Een macho-figuur, waar ze eigenlijk van walgde. Ze wilde een degelijke man of vriend. Een die alleen voor haar bestemd was. De man of vriend delen, zoals haar vriendinnen altijd fluisterden, daar moest ze niets van hebben. Dat vond ze iets dat typisch was voor de Afro-Caraibische cultuur. Misschien was ze te goed, te Europees door haar ouders opgevoed. Maar Gio, zoals ingewijden hem liefkozend noemden, was knap, lang, en had krullend, zwart haar. Je zei ook niet makkelijk nee tegen hem. Tenminste, als je met hem gezien wilde worden. Zijn  ouders hadden het financieel goed. Ze bezitten een hotelketen op Curacao, St Thomas, en Aruba. Gio reed in een sportauto. Alleen had Ruby het merk niet onthouden.

Ze voelde zich ellendig. Ze kon niet uit eten gaan. Het voelde alsof alles wat ze in zich had gehad, haar hart, haar passie, haar levensvreugde, uit haar lijf was gerukt en weggegooid. Ze was nog slechts een lege huls. Gio was, net als haar, gewend aan aandacht. Al toen hij nog een tiener was, liepen de meisjes in drommen achter hem aan. Dat is later, onder invloed van zijn succes, alleen nog maar erger geworden, dacht ze met enig cynisme. Haar moeder had eens droogjes opgemerkt: ‘Hij hoeft die groene ogen maar op een vrouw te richten, en ze is verkocht. Hij lijkt wel een magneet.’ De avond ervoor had vrijwel elke vrouw in het restaurant geïntrigeerde blikken op hem geworpen, vaak openlijk bewonderend. Vrouwen voelden zich zowel aangetrokken door zijn ingehouden, krachtige energie als door zijn ongelofelijk knappe gezicht en door dat aura van hem dat subtiel uitstraalde dat hij een goede minnaar was. Die gedachte deed haar huiveren. Ze pakte de telefoon, maar legde die onmiddellijk weer neer omdat ze zich realiseerde dat ze Gio’s nummer niet had. En hij bleek ook niet in het telefoonboek te staan. Ze probeerde het via zijn kantoor, maar kreeg slechts te horen dat hij niet aanwezig was. Gefrustreerd stond Ruby op en keek door het raam naar de straat beneden. Ze zag niets door haar tranen heen die ze tevergeefs probeerde terug te dringen. De tranen lieten sporen achter op haar gezicht. Ze moest zich gaan oppeppen, het verdriet mocht niet van haar gezicht worden afgelezen. Misschien dat ze van een douche enigszins helderder werd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen ze uit de badkamer kwam, geheel gekleed voor het geval Gio de jongen bij de receptie had overgehaald om hem een sleutel van de kamer te geven, ging haar mobiele telefoon over. Deze keer was het vriendin wel. Tien minuten later legde Ruby haar telefoon weer neer. In haar oren klonk nog de gespannen stem van haar vriendin. ‘Mijn schoonvader heeft een beroerte gehad,’ zei ze. ‘Nathan’s moeder is helemaal van streek, en ze heeft nog twee jongere kinderen thuis. We gaan er morgen heen. Het spijt me zo, Ruby, dat we elkaar niet kunnen zien. Maar je kunt het huisje gebruiken en we… Oh, Ruby, ik had me er zo op verheugd je weer te zien.’ Ruby had haar bedankt voor het aanbod om het huisje te gebruiken en ze had haar vriendin zo goed als het ging getroost. Nu staarde ze om zich heen alsof ze de hotelkamer voor het eerst zag.

 

‘Wat nu?’ zei ze hardop, en toen riep ze zichzelf tot de orde. Het was niet het einde van de wereld. Alles kwam wel tegelijkertijd, maar vriendinnen hadden wel eens problemen, en ouders gingen op cruises. En verloofden werden verliefd op een ander. Er was nog nooit iemand gestorven aan een gebroken hart. Deze pijn zou echt wel minder worden. Ze haalde diep adem. Ze zou een vlucht terug naar Paramaribo regelen, en dan ging ze beneden in de foyer op Gio zitten wachten om hem te vertellen dat ze niet met hem uit eten kon gaan. Ze zou hoe dan ook verschrikkelijk slecht gezelschap zijn, en hij had haar waarschijnlijk alleen maar gevraagd,  omdat hij wist dat haar ouders weg waren en dat zij alleen zou zijn. Hij had gewoon gedaan wat hij dacht dat hij moest doen, als een soort ‘zo genaamde’ broer.

 

 

Gio zag haar meteen zitten toen hij de foyer in kwam. Ze had hem niet gezien, en er was iets in haar uitstraling dat hem bevreemdde. Een vriend van hem had haar eens enigszins uit de hoogte beschreven als ‘een mooi poppetje’. Met haar kleine gestalte, haar zwarte haren en haar licht grijze ogen die zo fel afstaken tegen haar porseleinen huid had ze inderdaad iets van een pop weg. Behalve haar mond dan. Haar volle, sensueel gewelfde mond was gemaakt om te lachen, en te kussen. Maar nu had ze haar lippen strak op elkaar geperst, in een rechte streep. Ze hield haar schouders opgetrokken alsof ze een klap wilde afweren. Binnensmonds vloekend beende Gio op haar af. Het woord verslagen paste niet zo goed bij Ruby, maar toch was dat wat ze uitstraalde. Alsof ze tegen de vlakte geslagen was en de energie niet had om weer op te staan. En ze was er absoluut niet op gekleed om uit eten te gaan. Haar ouders? ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg hij toen hij vlak bij haar was.

 

Ze keek hem aan alsof ze hem niet herkende. Maar in een moedige poging om haar eigen vrolijke zelf te lijken zei ze: ‘Oh, een paar problemen, maar het is niet het einde van de wereld.’

 

Er was kennelijk gelukkig niets met Jack en Della aan de hand. Hij verborg zijn opluchting en zei: ‘Wat is er dan?’

 

Ze kneep haar handen samen in haar schoot. Geen ring, signaleerde hij. Wat was er in hemelsnaam aan de hand?

 

Ze zei: ‘Nou, die vriendin bij wie ik zou gaan logeren, heeft afgezegd, gedwongen door omstandigheden.’

 

 

 

 

Gio hoorde haar uitleg aan en knikte toen. ‘En wat ga je nu doen?’

 

Ze zette haar witte tanden in haar fraaie onderlip.

 

Gio hield zijn adem in bij die verleidelijke geste. Verdomme, het was geen goed plan geweest om haar mee uit eten te vragen. Hij had nooit aan die impuls mogen toegeven.

 

Ze stond op en zei gespannen: ‘Ik probeer een eerdere vlucht naar huis te boeken.’

 

‘En?’

 

‘Tot nu toe is het nog niet gelukt, maar ik blijf het proberen.’

 

Gio fronste zijn voorhoofd. ‘Dus je blijft waarschijnlijk nog een week in Wiilemstad?’

 

Ze schudde haar hoofd. ‘Nee.’

 

‘Waarom niet?’

 

‘Dat kan ik me niet permitteren,’ moest ze toegeven. Ze keek hem uitdagend recht in zijn ogen. ‘Ik moet terug naar huis.’

 

Dit was niet het goede moment om haar naar de ontbrekende verlovingsring te vragen. Maar hij was het aan haar ouders verplicht om haar onder zijn hoede te nemen. ‘We kunnen dit verder bespreken onder het eten. Kom.’

 

Ze aarzelde een moment en schudde toen haar hoofd. ‘Ik wil echt liever niet, Giovanni. Ik ben er niet op gekleed.’

 

‘Dat geeft niet. We kunnen bij mij thuis gaan eten.’ Hij zag hoe ze even aarzelde, en toen ze uiteindelijk knikte, voelde hij tot zijn grote ergernis iets van triomf.

 

‘Oké dan,’ zei ze zacht, alsof ze te moe was om nog verder weerstand te bieden. Ze stond op, maar protesteerde toen nogmaals. ‘Giovanni, ik ben op het moment niet echt goed gezelschap.’

 

‘Hoezo dan?’

 

‘Oh, niets belangrijks.’ Ze klonk nu wat krachtiger, meer als de Ruby die hij kende.

 

Je liegt, dacht hij, en je gaat me vertellen wat er aan de hand is, voordat deze avond voorbij is. De Ruby die hij kende, zou zich niet zo uit het veld laten slaan alleen maar omdat haar plannen in duigen waren gevallen.

 

Ze zei: ‘Ik ga me boven even verkleden. Ik ben binnen tien minuten klaar.’

 

‘Je ziet er prima uit zo,’ zei hij.

 

Ze liet haar blik even op zijn maatpak rusten en zei: ‘Ik ga me omkleden.’

 

 

 

 

 

 

 

Haar schouders rechtend liep ze de foyer door naar de lift. Ze mag dan klein zijn, dacht hij, terwijl hij weer een ongewenste reactie in zijn kruis voelde, maar ze is perfect geproportioneerd. Haar strakke jeans accentueerde haar slanke, goed gevormde benen en het felroze topje dat ze droeg deed elke ronding van haar puntige borsten en haar heupen, en haar slanke taille, goed uitkomen. Hij was niet de enige man die naar haar keek. Ook de receptionist, een jongen nog, net geen tiener meer, keek haar na, met net iets te veel belangstelling. Gio werd verrast door de woede die hij voelde opkomen. Hij keek de jongen aan, en tot zijn genoegen zag hij hoe deze bloosde en zich snel weer over zijn computer boog. Toen keek Giovanni twee andere mannen aan, die hun blik meteen afwendden en in de bar verdwenen. Tevreden over het effect dat zijn priemende blik op hen had, nam Giovanni plaats op de leren bank om op haar te wachten

 

 

Wordt vervolgd………………………….

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=OYLSvXYp_5U

The Tracks of my tears  by Linda Rondstadt