Caribbean Combo de langst optredende groep
in de Surinaamse muziekomgeving. 

 Carribean_combo.jpg

Na Conjunto Latinos is het Kaseko orkest Caribbean Combo de langst optredende groep in de Surinaamse muziekomgeving. Ook na het Krolis tijdperk (oorspronkelijke oprichters, red) timmeren de overgebleven en nieuwe leden nog steeds aan de weg. Het heeft echter circa 10 jaren geduurd, alvorens de leden de studio hebben gevonden. Voornamelijk was de groep te horen op (besloten) verjaardag feesten, en de befaamde boottochten in Zaandam en Amsterdam.
Niet verwonderlijk dat eerste CD sinds tijden ‘Boto’ heet. Ondanks de vele wisselingen in bezetting, is de echte, authentieke Caribbean Sound in tact gebleven. Mede dankzij de oud gediende Frans Abori, die op zijn eigen typerende, rustige wijze enkele vocalen voor zijn rekening neemt.
Een ware aanvulling voor de groep is de andere vocale wereldwonder Fernando ‘Beso’ Beize.
Hij heeft veel gevoel voor timing, en interpretatie. Neem de uitschieter ‘Moi Uma’, met gevoel voor dramatiek en tevens understatement plaatst hij de Surinaamse vrouw op een voetstuk. Anders dan Abori beschikt jij over een harde dominante stem, dat tussen de Altsaxofoon soli heen vibreert.
Het zou de groep kwalitatief beter hebben gestaan, als overige kaseko nummers met meerdere blaaspartijen – het vraag-en aanbodspel – zouden zijn aangekleed. ‘ Kenneth Hawker doet het zeer verdienstelijk in ‘Switi eh lolo’, waarin hij de bariton sax meermaals inkleurt.
Gastzanger Gerold Limon laat zich horen in een Surinaamse vertaling van ‘My, My, My (Ay, Ay Uma)’. Het is geenszins overdreven dat de groep zich beroept op 35 jaar Top Kaseko.
Zeer terecht is ‘Boto ’(negen nummers) muzikaal, melodieus en vooral waar het om gaat: dansbaar.